
Het deelgebied racketspel op de landelijke studiedag van 7 februari 2008
1.
Welkom
Welkom bij de workshop racketspel voor onderbouw/bovenbouw V.O.
Thema; ‘niet het vele is goed, maar het goede is veel!’
2. Voorstellen
Ivo van der Spek : docent racketspel, spel en PBD-VO.
3. Legitimering
Waarom een workshop badminton?
a. Life time spelen die steeds populairder worden in de bewegingingscultuur.
b. Steeds meer scholen hebben badminton in het vakwerkplan staan.
c. Badminton ‘leent zich goed’ voor de racketspelthema’s.
4. Plaats in de opleiding
Vijf blokken van 7 weken 2 uren racketspel in de week. Badminton heeft 17
uren over de gehele opleiding. Afsluiten van racketspel in een zogenaamde
competentietoets (lessenserie van 4 lessen voorbereiden, uitvoeren en evalueren
op een school). U heeft de mogelijkheid om uw school aan te melden als school
waar het e.e.a. kan plaatsvinden (zie punt 10).
5. Visie
Het denken en werken vanuit spel i.p.v. uit techniek (S.P.A.T.S.), zelf
betekenisvolle spelsituaties bedenken, uitvoeren en aanpassen. Veel technische
informatie geven is volgens ons niet de oplossing. Hoewel enige technische
informatie nodig zal zijn dient de leerling zoveel mogelijk te worden gestuurd
/ geholpen door aanpassingen van het materiaal, het arrangement en de opdracht.
Wanneer daarnaast wordt gewerkt vanuit spel(vormen) zullen kinderen ook
meer openstaan voor technische aanwijzingen, omdat het voor hen op dat moment
betekenisvoller wordt.
6. Doel van de workshop
Als je als docent aan vele kanten in tijd wordt beperkt:
- welke kernactiviteiten van een deelgebied kunnen we dan het beste
kiezen voor onderbouw/bovenbouw VO? (de ‘Wat vraag’). Wij hebben
gekozen voor een lang en smal veldje met de opdracht om de shuttle diep
en ondiep te spelen. Binnen deze kernactiviteit gaan we langs verschillende
bedoelingen en thema’s die in een lessenserie of leerlijn gebruikt
kunnen worden.
- welke opbouw binnen een kernactiviteit of tussen kernactiviteiten
is aan te bevelen? (de ‘Hoe vraag’). Daarbij komt de vraag aan
de orde welke leermethode de voorkeur heeft: totaal-totaal, totaal-deel-totaal
of deel-deel-totaal?
- welke racketspelthema’s kies je bij welk racketspel?
7. Uitgangspunten
- Leerlingen hebben badminton gespeeld in hun P.O. carrière, maar
zijn niet of nauwelijks bekend met de racketspelthema’s.
- Ontwikkelend en probleem gestuud lesgeven met de racketspelthema’s
als uitgangspunt. We gaan uit van een breed aanbod met diepgang van bewegingsdomeinen
in de lessen l.o. D.w.z. meerdere lessen op een bepaald deelgebied (in dit
geval badminton) en vooral op toerustend gericht onderwijs dat varieert
van: het oplossen van sportproblemen en tevens op het oplossen van bewegingsproblemen.
8. Inhoud
Methodisch denken vanuit racketspelthema’s en het werken vauit spelsituaties
(S.P.A.T.S).
We laten leerlingen eerst een aantrekelijke spelsituatie spelen
met een betekenisvol probleem in de context van het spel i.t.t. eerst oefenen
buiten de context van het spel.
Uitleg van het acroniem S.P.A.T.S.:
| Spel(vorm) | Spel op het niveau van met elkaar, tegen elkaar of sparrend | |
| Probleem signaleren | Wat gaat er fout met de shuttle? | |
| Aanwijzing geven | Hoe ziet
G.R.A.S. (Greep, raakpunt, armactie en de stand van het lichaam) eruit bij leerlingen? En hoe moet G.R.A.S. eruit zien? |
|
| Toepassen | Een oefenvorm neerzetten waarin geoefend kan worden | |
| Spelvorm | Pas zo
snel mogelijk het weer toe in de/een spelvorm. Ideaal is als hier het spel weer een probleem heeft voor de volgende P.A.T.S. |
Beweegthema: neutraal (=rally) aanspelen (de shuttle
is makkelijk terug te spelen).
Leerdoel: op gang brengen d.m.v. een onderhandse aangeefslag/service.
Bandbreedte: diep plaatsen van de shuttle spelend met elkaar.
| S | 2-tallen:
sla de shuttle in de pylon die je medeleerling met gestrekte armen boven
zijn hoofd houdt. |
|
| P | Shuttle komt niet via een boog, haalt geen diepte of de leerling raakt de shuttle niet. | |
| A | Oriënteer
je op een mikpunt op het plafond, polsactie, materiaal aanpassen of
probleem van schouderdraai die een langere arm geeft op het moment van raken. |
|
| T | Beide zo hoog en diep mogelijk om de beurt, waarbij het net hoger staat (dwingend meer voor opwaarts spelen). | |
| S | De ontvanger
moet achter een lijn staan diep in het achterveld. Zodra de shuttle
bovenhands weggespeeld kan worden sla je een zo lang mogelijke rally en tel je hoe lang het goed gaat. |
Beweegthema:
neutraal (=rally) aanspelen (de shuttle is makkelijk terug
te spelen).
Leerdoelen: spelen van achteruit: op gang brengen d.m.v. een onderhandse
aangeefslag en het spelen van een rally d.m.v. de forehand clear.
Bandbreedte: diep plaatsen van de shuttle spelend met elkaar.
| S | (hier is het spelletje met het spelprobleem de opdracht van de laatste S van de vorige SPATS) | |
| P | Niet diep krijgen, te weinig hoogte waardoor de ander tijdnood heeft. | |
| A | G
shakehandsgreep. R meer boven je hoofd zodat je meer opwaarts slaat. A explosief voor opwaarts slaan losse pols. S zijwaarts staan (links voor). |
|
| T | Sla na
de ohas met de fh-clear over je tegenstander heen die met een gestekte
arm het racket hoog houdt. Maak er een spelletje van door beide steeds dieper in het achterveld te gaan staan. |
|
| S | 4-tallen
na je slag onder het net door lopen en een record neerzetten. Geef elkaar
tijd door hoogte te geven aan de shuttle. |
Beweegthema: na
de aangeefslag opbouwend spelen (de shuttle is met moeite
terug te
spelen).
Leerdoelen: spelen van achteruit: op gang brengen d.m.v. een onderhandse
aangeefslag en het spelen van een opbouwende rally d.m.v. de forehand clear,
fh-drop en fh-lob en bh-lob.
Bandbreedte: sparrend met één van de twee die het
initiatief heeft (GOODGUY en BADGUY situatie) variërend de shuttle
ondiep en diep plaatsen met evt. camoufleren van de fh-drop.
| S | Start
de rally op met een onderhandse aangeefslag die vrij hoog en diep terecht
komt. Vervolgens stapt de aangever een stap naar voren of naar achteren. Afhankelijk van de stapbeweging moet de ander de shuttle ondiep of diep spelen. Na de 2de slag is de rally vrij. Tellen met het rallypointsysteem. |
|
| P | Shuttles
gaan in het net, komen te diep in het veld of de deelnemer kan de aangever
niet in de gaten houden. |
|
| A | G(reep)
shakehands. R(aakpunt) verder voor je dan de clear zodat shuttle naar beneden gaat, wel hoog raken A(rmactie) zelfde als bij claer, alleen wordt de snelheid afgeremd richting het raakpunt (camouflage). S(tand van het lichaam) zijwaarts. |
|
| T | Na ohas
een fh-drop in pylon van de leerling zien te krijgen die vlak achter
het net zit (4 -tallen, twee aangevers doordraaaien na 6 slagen). |
|
| S | Speler
A speelt een hoge shuttle achterin. Speler B slaat een dropshot. Speler
A probeert de shuttle kort over het net te slaan d.m.v. een netdrop. De rally wordt vervolgens uit gespeeld om het punt te winnen. |
Beweegthema: na de aangeefslag en fh-drop opbouwend
te spelen om te komen tot scoren.
Leerdoelen: het spelen van een opbouwende rally van achteruit:
op gang brengen
d.m.v. een onderhandse aangeefslag dan een fh-drop en daarna een keuze uit
bh-netdrop of BH-lob.
Bandbreedte: na 2 slagen met elkaar gespeeld te hebben over gaan
naar sparrend spelen waarbij één (de BADGUY) de keuze heeft
tot het spelen van een bh-lob of bh-netdrop (evt. camoufleren van de keuze).
De ralley tegen elkaar uitspelen.
| S | (hier is het spelletje met het spelprobleem de opdracht van de laatste S van de vorige SPATS) | |
| P | Let op,
goede spelers hebben hier waarschijnlijk geen probleem (de net-drop
is dan goed genoeg!).Ga dan naar een sparrende situatie over (zie kernactiviteit V). De netdrop komt in het net. De netdrop komt te hoog waardoor de ander de shuttle kan afmaken. De netdrop komt te ver van het net waardoor de ander hem makkelijk kan halen. |
|
| A | Greep
: shakehands of met de duim erachter voor bh netdrop. Raakpunt : zo hoog mogelijk, rond netband hoogte. Armactie : niet slaan, rustig uitsteken en shuttle in racketblad laten stuiten. Stand lichaam : zijwaarts, rechter been stapt altijd uit (behalve als je links bent)! |
|
| T | Oefen
de netdrop eerst kort vanuit een aangooisituatie. Oefen daarna de netrop vanuit een geslagen fh-dropshot, waarbij je steeds de netdrop op de vloer laat vallen, zodat de persoon die oefent feedback krijgt over de kwaliteit van de netdrop. |
|
| S | Na een
onderhandse aangeefslag en eeen fh-drop een bh-lob (strekken van de
elleboog) of bh-netdrop spelen. De rally wordt vervolgens uit gespeeld om het punt te winnen.Tellen met het ralleypointsysteem. |
Beweegthema: na de aangeefslag en fh-drop opbouwend
te spelen om te komen tot scoren.
Leerdoelen: het spelen van een opbouwende rally van achteruit:
op gang brengen
d.m.v. een onderhandse aangeefslag dan een fh-drop en daarna een keuze uit
bh-netdrop of BH-lob.
Bandbreedte: na 2 slagen met elkaar gespeeld te hebben over gaan
naar sparrend spelen waarbij één (de BADGUY) de keuze heeft
tot het spelen van een bh-lob of bh-netdrop (evt. camoufleren van de keuze).
De ralley tegen elkaar uitspelen.
| S | (hier is het spelletje met het spelprobleem de opdracht van de laatste S van de vorige SPATS) | |
| P | Je krijgt de shuttle niet diep, hij zou afgemaakt kunnen worden. | |
| A | BH-lob: - rond borst hoogte, felle slag vanuit onderarm en pols. - bij bh mag de duim er achter. - met rechts uistappen (meer reach). - zo hoog mogelijk raken. |
|
| T | Speel een bh-lob - fh-drop ralley met elkaar. | |
| S | Zet elkaar
aan het werk door na de onderhandse aangeefslag alle tot nu toe behandelde
slagen afwisselend te spelen. Je mag proberen te scoren door een smash te spelen. |
Beweegthema: met de smash proberen te scoren.
Leerdoelen: met de slagen ohags, fh-clear, fh-drop, bh-lob, net-drop
een opbouwende rally
Vanuit het achterveld spelen en herkennen van een te korte shuttle om te
komen tot scoren d.m.v. een smash.
Bandbreedte: tegen elkaar spelend, opbouwend met vaart en tempo,
komen tot scoren. Speel tegen een partner met ongeveer hetzelfde spelniveau.
| S | (hier is het spelletje met het spelprobleem de opdracht van de laatste S van de vorige SPATS) | |
| P | Smash
gaat in het net, smash gaat uit (te weinig dalend), smash wordt gespeeld
van te ver vanuit het achterveld. |
|
| A | G
shakehandsgreep. R meer voor je raken. A explosief, zeer losse pols. S zelfde als bij de clear. |
|
| T | Geef
afhankelijk van het niveau een te ondiepe shuttle aan. De ander mag
deze smashen. Kijk waar de shuttle in het veld terecht komt qua diepte. Wissel na 10x. |
|
| S | Speel
een rally waarbij één van de twee een smash mag spelen.
Als dat is gebeurd dan is de rally daarna vrij. |
Beweegthema: het voorkomen van scoren.
Leerdoelen: na een te korte shuttle wordt er gesmasht de ander
verwerkt de shutle zo kort
achter het net, dat voorkomen wordt dat er gescoord kan worden.
Bandbreedte: van met elkaar naar tegen elkaar waarbij de smash
met vaart gemikt wordt
op de oksel van de niet slagarm van de tegenstander.
| S | (hier is het spelletje met het spelprobleem de opdracht van de laatste S van de vorige SPATS) | |
| P | Smash is te hard, shuttle komt te hoog terug, shuttle gaat in het net. | |
| A | G
shakehands. R voor je raken. A weinig tot geen, meer blokken en sturen van de shuttle. S actief frontaal met de bh-klaar staan en niet te ver achter in het veld. |
|
| T | Geef
om de beurt een ondiepe shuttle aan die de ander ingehouden kan smashen.
Probeer de smash te kort en laag te verwerken. Speel evt. de ralley uit om het punt. |
|
| S | Enkelspelwedstrijd
op een halve baan om twee gewonnen games.Met een smash verdien je dubbele punten maar ook met een goed verwerkte smash die de ander niet kan halen of waarmee jij de aanval kunt overnemen en weet te winnen. |
9. Werk wijze / organisatie
32 deelnemers en 12 velden (4 deelnemers per veld is 8 vleden).
Enkelspel op een half badmintonveldveld in lengte richting.
10. Afsluiting
Ook de HALO is van plan leernetwerken op verschillende praktijkgebieden
op te zetten met als thema: ontwerpen en aanpassen van leerlijnen binnen
een sportgerichte bewegingseducatie: ‘niet het vele is goed, maar
het goede is veel!’. Heef u hiervoor interesse?
Op welke punten vindt u dat vakontwikkeling op uw school, door de
vaksectie en uzelf beter kán?
De condities zijn ….
1. De kern van het vak LO op school is: lln. beter leren (sporten én)
bewegen.Het gaat om ‘motorisch,
sociaal en cognitief leren in samenhang’ om lln. sport- en bewegingsproblemen
te leren oplossen. Het motorische heeft prioriteit bij de planning.
2. Vakontwikkeling staat of valt met de mogelijkheid tot samenwerkend leren
in een vaksectie. Leer en ontwikkel samen op basis van een één
jaar durend project. Kies hiervoor een onderwerp dat zowel organisatorisch,
inhoudelijk als in aanpak consequenties heeft. Een thema met ‘body’
dus.
3. Organisatorische condities voor gezamenlijke vakontwikkeling in de school:
- vakontwikkeling wordt in de baanopbouw opgenomen en wekelijks is daarvoor
een dagdeel voor de hele vaksectie vrij geroosterd voor overleg, plannen
maken of elkaar in workshops bijscholen,
- er is minimaal één ‘kartrekker’ in het team
aanwezig; deze heeft visie, coachende houding, ontwikkelt plannen en materialen
en kan nieuwe inhouden of aanpakken goed in praktijk brengen.
4. Is vakontwikkeling intern als schoolgebeuren niet of onvoldoende mogelijk
richt u dan op meer extern: neem deel aan nascholingen/cursussen , studiedagen
of netwerken.
Ook in netwerken kan namelijk projectmatig worden ontwikkeld met mensen
die een even grote passie voor het vak hebben als u en van elkaar willen
leren!
In vervolg op de 4e conditie wil de HALO één of meer leernetwerken
starten rondom ‘ontwerpen van leerlijnen’.
Heeft u interesse om hieraan deel te nemen? Geef dan uw naam, adres, telefoonnummer/mailadres
op met
toevoeging naar welk praktijkgebied uw interesse vooral uitgaat.